Column: De Zeeuwse ziekte

De Zeeuwse ziekte, een opmerking die nog al eens wordt gemaakt wanneer het gaat over de stroeve samenwerking tussen de Zeeuwse overheden. Men vertrouwt elkaar niet, of is het een vorm van jaloezie?

Drie jaar geleden deed de GroenLinks Statenfractie het voorstel om onderzoek te doen naar een snellere Intercityverbinding. Informatie van Prorail gaf aan dat daarvoor nogal wat aanpassingen nodig waren aan het spoor. Dus doe een onderzoek naar wat nodig is en wat het gaat kosten, dan heeft Zeeland op afzienbare termijn een snelle spoorverbinding. Het kan dan weer mee in de vaart der volkeren.

Zoals het vaker gaat bij GroenLinks-voorstellen, vond een meerderheid in de Staten het niet nodig en kwam er dus geen onderzoek. Maar het voorstel kwam recentelijk weer om de hoek kijken. Het dagelijks provinciebestuur is met de NS in gesprek over een snellere treinverbinding naar de Randstad. De voorkeur gaat uit naar twee Intercity's per uur - die alleen stoppen in Vlissingen, Middelburg, Goes en Bergen op Zoom - én twee stoptreinen per uur die alle Zeeuwse stations aandoen. Een ideaalbeeld, zei de gedeputeerde, maar je weet het maar nooit…

Dit onderwerp kwam (terzijde) ook ter sprake tijdens het Zelandusdebat. Dat ging over ‘de gemeente Zeeland’ met als vraag: is de gemeente Zeeland een echte optie voor de bestuurlijke drukte of is het een utopie? Ik denk voorlopig het laatste, want toen het die avond over de snellere treinverbinding ging, was de conclusie: er moet een snellere treinverbinding komen in Zeeland, maar die moet dan wel alle stations aandoen. Dat schiet dus niet op. Er is een naar grapje over Zeeland, dat gaat als volgt: het is geel en gaat terug naar het verleden. Wie weet de oplossing? Antwoord: de Intercity naar Zeeland. Die ‘grap’ mag toch geen werkelijkheid worden!