kerncentrale, borssele
kerncentrale Borssele

Brief aan de Tweede Kamer over dossier Kerncentrale Borssele

Via deze brief stelt de GroenLinks-fractie in de Provinciale Staten van Zeeland de Tweede Kamer in kennis van haar visie op het dossier Kerncentrale Borssele (KCB), en vraagt de Tweede Kamer om deze visie in de mate van het mogelijke te volgen. De brief van Gerwi Temmink:

Aan de leden van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA  DEN HAAG

c.c. Tweede Kamercommissie Economische Zaken | PS Zeeland | Zeeuwse gemeenten | landelijke en regionale pers

Nieuwerkerk, 20 juni 2016
Betreft: dossier Kerncentrale Borssele

 

Geachte leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal,

Via deze brief wil de GroenLinks-fractie in de Provinciale Staten van Zeeland u in kennis stellen van haar visie op het dossier KCB, en u vragen deze visie in de mate van het mogelijke te volgen.

De Kerncentrale Borssele (KCB), vrucht van het jaren ’60 denken, waarin de havenplannen in Zeeland aan beide boorden van de Westerschelde tot aan de Belgische grens reikten, in bedrijf gekomen in 1973, was een markant gegeven in de transitie die in Zeeland na de watersnoodramp (1953) plaatsvond. In snel tempo werd Zeeland (ook) een industrieprovincie, een ontwikkeling waaraan de Rijksoverheid van harte met financiën en beleidsruimte heeft meegewerkt. Zeeland sloeg met de KCB een doodlopende weg in, net als overigens de verspilling van het aardgas een ‘dead end street’ bleek.

De exploitatie van de KCB, vooral bedoeld om aluminiumsmelter Pechiney te plezieren, is immer met onduidelijkheden omgeven. De contracten waren geheim, en slechts - bij tijd en wijle - vertrouwelijk in te zien door leden van Provinciale Staten. U als volksvertegenwoordiger weet wat dat betekent.

De KCB Borssele was ooit vergund om tot 2003 in bedrijf te zijn. In de jaren ’90 van de vorige eeuw stak de Rijksoverheid een handje toe om de hoge kosten om de centrale bij de tijd te houden, versneld (voor 2003) te kunnen afschrijven. Naderhand werd - van de Rijksoverheid - vergunning verkregen om tot 2013 in bedrijf te blijven; daarna helaas nogmaals verlengd tot 2033. Let wel: de Rijksoverheid als vergunningverlener en via de toenmalige KFD als toezichthouder.

De Rijksoverheid spaarde kosten noch moeite om het nucleaire complex in Zeeland te stimuleren. De commissie-Geertsema ging in opdracht van het Rijk op zoek naar een geschikte plek om het radioactief afval in Nederland (tijdelijk) op te slaan. Totdat een eindberging is gevonden, hetgeen zoals u weet nog steeds niet het geval is. Commissievoorzitter Mollie Geertsema verzuchtte tijdens die zoektocht: ‘We zijn op zoek naar de plaats Nergenshuizen’, een mooie metafoor om het maatschappelijk verzet te duiden. Uiteindelijk werd ‘Nergenshuizen’ gevonden. Het bleek Borssele te zijn. Deze zoektocht is informatief en vermakelijk beschreven in het boekje: “Borssele, de plaats Nergenshuizen”.

Noch de verlengde bedrijfstijd, noch de noodzaak om verantwoorde opslag te realiseren, leidde tot voldoende reserveringen voor amovering van de centrale. Rijksoverheid en exploitant EPZ hebben nagelaten om toereikend naar de toekomst te kijken. Nogal onhandig als het over uiterst gevaarlijk afval gaat dat tienduizenden jaren gevaarlijk blijft.
Sterker nog, bij de verlengde bedrijfstijd is met het ministerie van EZ afgesproken dat de aandeelhouders, DELTA en ESSENT, elk € 150 M zouden besteden aan CO2-reductie en energietransitie. Intensieve naspeuringen ten spijt is er geen zicht op de besteding en het effect (in CO2-reductie) van deze middelen. Als u het weet, mag u het zeggen.

Het regeerakkoord van het kabinet-Rutte I achtte meer kernenergie nodig. Als er een aanvraag zou komen, zou de vergunning ook verleend worden. VVD, CDA, PVV en SGP waren de voorstanders.  DELTA dook in het gat en dat leidde uiteindelijk tot de neergang van het bedrijf.

Nu, in 2016, is de situatie zodanig dat de KCB verliesgevend is. Ironisch genoeg mede te wijten aan het besluit van de Rijksoverheid (Brinkhorst) om vergunning én gratis CO2-rechten te verlenen aan een vijftal nieuwe kolencentrales. Die houden (mede) de energieprijs zo laag dat iedereen in de energiesector verlies lijdt, ook de KCB!

Minister Kamp legt de bal bij de aandeelhouders/afnemers, die immers vanwege contracten de kostprijs aan de KCB dienen te vergoeden. Daarmee is niet alleen het lot van DELTA bezegeld, maar de Zeeuwse burger betaalt uiteindelijk de prijs. Helaas blijft het daar niet bij. De aandeelhouders van DELTA voelen zich (in meerderheid) verplicht het DELTA-kapitaal aan te vullen. Daarbij worden twee wegen bewandeld.

De eerste is een noodzakelijke garantstelling door de aandeelhouders om een lening ter waarde van € 200 M op EVIDES mogelijk te maken. Tot voor kort drong de Rijksoverheid er sterk op aan om EVIDES, een monopolie-onderneming voor drinkwater, geheel los te koppelen van DELTA. Is dat niet meer nodig? Mogen nu de tarieven van EVIDES het dividend leveren om deze lening te kunnen aflossen? Want dat geleende geld is bestemd om de tekorten van de KCB op te vangen.

Als extra optie is onlangs de verkoop van ENDURIS aangekondigd, het netwerkbedrijf in Zeeland. Wie specifiek naar de energiemarkt in Zeeland kijkt, ziet daar veel zeer grote, energie-intensieve bedrijven. Als die de omslag van fossiel naar duurzaam moeten maken, speelt juist dat netwerk een cruciale rol. Systeemintegratie en elektrificatie zijn daarbij sleutelbegrippen. Voeg daarbij de complexe geografische situatie (waterkruisingen) en het belang van een netwerk met regiokennis én regio-aandeelhouders is duidelijk.

Hardnekkigheid van de Rijksoverheid om haar verantwoordelijkheid te ontlopen m.b.t. de KCB leidt naar een aanzienlijke slechtere positie van Zeeland en haar industrie in de energietransitie. En dus voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in Zeeland. De commissie-Balkenende (op uw initiatief ingesteld) benoemde juist de kansen van energietransitie in Zeeland én de Rijksverantwoordelijkheid voor de KCB.

Waarschijnlijk zullen, gelet op de grote verliezen en noodzakelijke bijstortingen in het amoveringsfonds, alle opties ingezet moeten worden. DELTA overleeft dat niet, het netwerkbedrijf wordt verkocht, EVIDES belast met hoge tarieven, de economische toekomst van Zeeland belast met een zware, zeer zware hypotheek. En 380.000 Zeeuwen betalen een landelijke rekening!

Zeeuwen zijn niet zielig, we leven (nog) in de mooiste provincie van Nederland; als we het slim aanpakken hebben we veel kansen in een biobased chemie en circulaire economie. En Zeeland hoeft zich ook niet te verongelijkt te tonen over de manier waarop de Rijksoverheid een provincie als Groningen, ook ooit een doodlopende weg ingeslagen, wél de helpende hand reikt.

Wij vragen wél van uw Kamer om te oordelen over de wijze waarop de regering haar nadrukkelijke jarenlange verantwoordelijkheid voor het dossier KCB terzijde lijkt te schuiven en de regering ter zake op haar verantwoordelijkheid in de thans ontstane situatie te wijzen.

Wij zijn u erkentelijk voor uw aandacht en zullen u desgewenst graag nader informeren.

 

Met vriendelijke groet,

G.W.A. Temmink
Fractievoorzitter Statenfractie GroenLinks Zeeland
Tuinstraat 13, 4306 BX  NIEUWERKERK
gtemmink@zeelandnet.nl | 06 – 20 95 68 08