Vervolgvragen Brouwerseiland en het PAS

Met project Brouwerseiland blijkt de stikstofdepositie op verschillende Natura2000-gebieden toe te nemen; het gaat dan om een extra depositie op reeds overbelaste natuur. Wat betekent dit voor de kwetsbare natuurgebieden en voor de overblijvende ontwikkelingsruimte in Zeeland in het kader van het PAS? Gerwi Temmink stelde op 24 oktober jl. (vervolg)vragen. GS antwoorden:

Toelichting

In vervolg op onze eerdere vragen over Brouwerseiland’ en de antwoorden van GS, zoomen we wat verder in op het plan tot het opspuiten van een eilandenarchipel in het Grevelingenmeer. Volgens betrokken natuurorganisaties kent de ontwerpvergunning zelf gebreken en zijn er met dit recreatieproject - waarvan we ons afvragen wat de noodzaak is - wel degelijk negatieve effecten te verwachten op de Natura2000-gebieden. Met dit project blijkt de stikstofdepositie op verschillende Natura2000-gebieden toe te nemen; het gaat dan om een extra depositie op reeds overbelaste natuur. Wat betekent dit voor de kwetsbare natuurgebieden en voor de overblijvende ontwikkelingsruimte in Zeeland in het kader van het PAS?

Plan Brouwerseiland roept bij GroenLinks meer en meer vragen op. We beperken ons nu tot de volgende:

  1. Hoe is de passende beoordeling tot stand gekomen? Hoe is met deze passende beoordeling te garanderen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast?
    De passende beoordeling is opgesteld door een ecoloog van een adviesbureau. Uit de passende beoordeling blijkt dat er geen significant negatieve effecten op de Natura 2000-waarden door Brouwerseiland optreden en daarnaast zijn er in de passende beoordeling ook mitigerende maaregelen opgenomen om de effecten op de Natura 2000-waarden juist te verzachten. Deze en andere mitigerende maatregelen zijn in de voorschriften van de ontwerp Natuurbeschermingswet vergunning opgeno-men, welke op 19 juli door GS is vastgesteld. Op grond van de passende beoordeling en de mitigerende maatregelen om de effecten te verzachten hebben wij ons ervan kunnen verzekeren dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast.
  2. Hoe is aangetoond dat voor een project als dit sprake is van groot openbaar belang? Zal daar-voor niet op zijn minst de procedure art. 19g van de Nbwet 1998 moeten worden doorlopen? Zo nee, waarom niet?
    Het aantonen van "dwingende reden van groot openbaar belang" en compense-rende maatregelen (vraag 3) is bij de pro-cedure voor een vergunning Natuurbeschermingswet 1998 voor het project Brouwerseiland niet aan de orde.
    'Dwingende reden en compensatie' is in een procedure voor een vergunning Natuurbeschermingswet 1998 alleen aan de orde bij het realiseren van projecten, waarvan niet met zekerheid vaststaat dat die projecten de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet aantasten. Dat is bij het project Brouwerseiland niet het geval. Op grond van de passende beoordeling hebben wij ons er ons namelijk van kunnen verzekeren dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zullen worden aantast, waardoor wij niet de procedure van art 19g maar van art. 19d (hebben) kunnen volgen.
  3. In het geval het recreatieproject toch doorgang zou moeten vinden, hoe zullen dan de negatieve effecten gecompenseerd worden?
    Zie ons antwoord op vraag 2.
  4. Ook bij een waarde van minder dan 0.05% blijft dit een extra stikstofdepositie op reeds overbelaste natuur. Dat vereist toch een passende beoordeling waarin wordt aangetoond dat een dergelijke extra vervuiling van de natuur geen effect heeft op de instandhoudingsdoelstel¬lingen van de reeds overbelaste habitattypen? Waarom is deze niet uitgevoerd en zijn GS voornemens om dit te bewerkstelligen, zo ja: hoe? Zo nee: waarom niet?
    Bedoeld wordt waarschijnlijk, een toename van stikstofdepositie van 0,05 mol/ha/jaar (in plaats van 0.05%). Deze toename op daarvoor gevoelige (en overbelaste) habitattypen is passend beoordeeld met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Uit deze passende beoordeling is gebleken dat een toename beneden deze drempelwaarde van 0,05 niet zal leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen.
  5. Er is gebruik gemaakt van het PAS. Gesteld is dat het hier gaat om een project, maar gezien de omvang van Brouwerseiland is hier sprake van een compleet bestemmingsplan. Zodoende mag er geen beroep worden gedaan op het PAS. Vindt u dit een legitiem middel om de plicht tot het opstellen van een passende beoordeling over te slaan? Zo ja: waarop baseert u uw standpunt? Zo nee: wat gaat u doen zodat alsnog een passende beoordeling wordt uitgevoerd?
    Bij Brouwerseiland gaat het om een project waarvoor een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 benodigd is, waarbij wij de zekerheid hebben gekregen, dat wij deze vergunning ook kunnen verlenen. Met deze vergunningaanvraag kan een beroep op ontwikke-lingsruimte op grond van de PAS worden gedaan. Op grond va de passende beoordeling van de PAS zijn ook de effecten van de stikstofdepositie van het project Brouwerseiland beoordeeld.
  6. Wat betekent plan Brouwerseiland en de stikstofdepositie voor de ontwikkelingsruimte in Zeeland, gezien de aanslag op de ruimte met dit plan? Bent u met ons van mening dat Zeeland ‘op slot’ gaat?
    Het project Brouwerseiland vraagt een (zeer) beperkte hoeveelheid van de beschikbare ontwikkelingsruimte en leidt nergens tot tekorten voor andere initiatieven. Wij delen uw mening dat Zeeland 'op slot' gaat door dit initiatief dan ook niet.

 

In de media:

PZC: Brouwerseiland opnieuw onder vuur
Omroep Zeeland: Door Brouwerseiland moet Zeeland op slot