Uitkomsten onderzoek Veiligheidsregio Zeeland

Het onderzoek naar de stand van zaken van de interne organisatie van de VRZ is afgerond. Onderzoeksbureau Twynstra Gudde bracht op 30 januari jl. een vernietigend rapport uit. De conclusies liegen er niet om. Aanleiding voor de fractie van GroenLinks tot de volgende vragen (d.d. 1 febr. jl.). GS antwoorden o.a. dat 'de provincie verantwoordelijk is voor het financieel toezicht, maar geen formele rol heeft ten aanzien van de inhoud van het beleid van de gemeenschappelijke regeling'.

Toelichting

Het onderzoek naar de stand van zaken van de interne organisatie van de VRZ op het gebied van structuur, cultuur, leiderschap en kwaliteit van samenwerking - uitgevoerd door Organisatieadviesbureau Twynstra Gudde - is afgerond. Het bureau bracht 30 januari jl. een vernietigend rapport uit. De conclusies liegen er niet om*:

‘er wordt binnen het bestuur weinig gehandeld vanuit een gezamenlijke ambitie en gedeelde opgave voor de VRZ; er is een gebrek aan collectief eigenaarschap en binding met de organisatie; het lukt de organisatie niet om de missie en visie te vertalen in concrete doelen en realistisch beleid; er zijn knelpunten in de financiën: gaten worden gevuld met gaten; bestuur, leidinggevenden en medewerkers slagen er onvoldoende in om als één geheel te functioneren'; en zo gaat het rapport nog even door…

Volgens Twynstra Gudde** willen de gemeentebesturen te weinig geld bijleggen terwijl ze wel extra geld uit het gemeentefonds krijgen voor VRZ, omdat Zeeland een gebied is met veel veiligheidsrisico’s (zoals het water, het scheepvaartverkeer, de chemische industrie en de nabijheid van twee kerncentrales). “Het weerstandsvermogen is ver onder de norm”.

Twynstra Gudde adviseert om, als eerste stap naar herstel, tijd vrij te maken om het vertrouwen te herstellen, in plaats van direct aan de slag te gaan met het transitieproces. De reactie van het dagelijks bestuur is dat de kosten van een verbetertraject € 400.000,- bedragen en dat het traject een tot twee jaar zal kosten totdat de gewenste verandering is bereikt. 

De inspectie en de commissaris van de Koning stellen dat de primaire veiligheid nergens in het geding zou zijn. De VRZ zou adequaat handelen wanneer dat in dergelijke situaties vereist is. Toch leiden de uitkomsten van dit onderzoek er toe dat de fractie van GroenLinks zich zorgen maakt over de veiligheid voor de burgers in Zeeland. Daarom de volgende vragen:

  1. In hoeverre worden de veiligheidsdoelen en -opgaven in het Zeeuwse – met de risico’s die zich bewegen tussen lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal niveau – gehaald? Hoe wordt dit gecontroleerd? En hoe kunnen evt. hiaten opgevangen worden wanneer er langs elkaar heen gewerkt wordt? Liggen hierin nog extra verantwoordelijkheden voor de provincie?   
    Een veiligheidsregio is een bij wet voorgeschreven gemeenschappelijke regeling van de gezamenlijke gemeenten in een regio. De cvdK is als rijksheer belast met het bestuurlijk toezicht. De Provincie is ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoordelijk voor het financieel toezicht, maar heeft geen formele rol ten aanzien van de inhoud van het beleid van de gemeenschappelijke regeling. De operationele slagkracht wordt periodiek en incidenteel door de Inspectie Veiligheid en Justitie getoetst. Voor de openbare rapportage over de laatste toetsing door de  inspectie verwijzen wij u naar de Staat van de rampenbestrijding 2016, regiobeeld 19. Deze kunt u vinden op de site van de  Inspectie Veiligheid en Justitie,  https://www.inspectievenj.nl/publicaties.
    Zowel de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) als de cvdK is in overleg met het ministerie van Veiligheid en Justitie en met de inspectie over het door Twijnstra Gudde opgesteld rapport 'Samen kunnen en moeten we beter' en over het door het bestuur van de VRZ voorgesteld 'Richtinggevend perspectief op het rapport'.  Beide documenten zijn openbaar en kunt u terugvinden op de website van de VRZ.  
    Hier ligt verder geen verantwoordelijkheid voor de Provincie.
  2. Welke risico’s lopen de provincie, de gemeenten en de burgers als gevolg van de geconstateerde situatie bij de VRZ?
    De cvdK laat zich actief informeren door de VRZ over de gerezen situatie. De informatie die bij de cvdK momenteel bekend is over de operationele slagkracht van de VRZ, geeft geen aanleiding tot het voorstellen aan de minister van Veiligheid en Justitie om in te grijpen, maar is wel onderwerp van overleg.
  3. Om te voldoen aan de wettelijke eisen is een voldoende niveau van financiering vereist. Niet elke Zeeuwse gemeente zou voldoende bijdragen voor zo’n niveau. Wat gaat u doen om die gemeenten te bewegen z.s.m. de minimaal vereiste financiële middelen wel bij te dragen?
    De Provincie houdt financieel toezicht op de VRZ. Aandachtspunt daarbij is dat een sluitende begroting kan worden voorgelegd.  
    Wij hechten eraan dat de VRZ, voor haar taakuitvoering beschikt over de vereiste  financiële middelen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeenten. In dat verband kunnen wij u melden dat de cvdK aan de minister van Veiligheid en Justitie aandacht heeft gevraagd voor de  financieringssystematiek.  Ten overvloede brengen wij in herinnering dat de VRZ thans beschikt over een sluitende begroting.
  4. ‘Negativiteit zou zelfs leiden tot gebrekkige paraatheid en vakbekwaamheid van de brandweer’. Is bekend of dit gevoel voortkomt uit wat men gewend was van voor de reorganisatie bij de brandweer of is dit een recente constatering? Zo ja: wat zijn de gevolgen hiervan voor Zeeland?
    Wij verwijzen u hiervoor naar het door Twijnstra Gudde opgesteld rapport 'Samen kunnen en moeten we beter' en naar het door het bestuur van de VRZ voorgesteld 'Richtinggevend perspectief op het rapport'. Beide documenten zijn openbaar en kunt u terugvinden op de website van de VRZ. Over beide documenten zijn personeel en gemeenten uitgebreid geïnformeerd door het bestuur en de leiding van de VRZ. Personeel en gemeenteraden worden  gevraagd mee te werken aan het opstellen en invullen van een plan van aanpak. Tevens zijn alle Zeeuwse gemeenteraden door het bestuur en de directie van de VRZ geïnformeerd tijdens daartoe georganiseerde informatiebijeenkomsten.
  5. Het rapport vermeldt dat medewerkers zich gepasseerd voelen door het invliegen van externen. Is dat invliegen een gevolg van specifieke kwalificaties/specialismen waarover de eigen medewerkers (nog) niet beschikken of heeft dit vooral te maken met het financiële plaatje (lees: er zijn (te) weinig middelen om mensen zelf op te leiden/zelf in dienst te nemen of te houden)?
    Antwoord op vraag 5 en 6: De verantwoordelijkheid en de informatievoorziening om tot een oordeel hierover te komen ligt bij de VRZ en de gemeentebesturen.
  6. De cultuur binnen de VRZ – bij bestuur, management en werkvloer – zou meer gericht moeten worden op samenwerken en werken in samenhang. Meer op de inhoud, minder op de financiën. Bent u van oordeel dat het voorgestelde verbetertraject adequaat is? Kunt u aangeven of er zowel bestuurlijk als qua aansturing doorgepakt gaat worden? De fractie van GroenLinks beseft dat zij niet gaat over de invulling, maar vraagt zich af of het tijdpad niet (te) ruim is gesteld. Hoe kijkt u naar dit tijdpad? Ziet u nog kansen dit desgewenst te versnellen?
    Zie 5.
  7. Samenwerking van de VRZ met andere partijen, zoals de GGD en/of de Omgevingsdienst, kan ook bijdragen aan de vereiste kwaliteitsverhoging. In hoeverre is/wordt dit in gang gezet? Ziet u hier een extra rol weggelegd voor de provincie in deze omstandigheden?
    Wij onderschrijven de noodzaak om de  samenwerking te intensiveren. Daartoe komt ook een onderzoek naar  samenwerking tussen de VRZ, de GGD en de RUD, zoals is aangegeven in het door het bestuur van de VRZ voorgesteld 'Richtinggevend perspectief'.
*   http://static3.omroepzeeland.nl/sites/default/files/contenttype-files/Ra...
** http://www.omroepzeeland.nl/nieuws/2017-01-30/1084746/verbetertraject-vr...