Antwoorden op de vragen over "lood in de grond

In de PZC van 10 oktober 2017 waarschuwde de GGD voor verhoogde concentraties lood in de Zeeuwse bodem, met name in vooroorlogse wijken en oude dorpskernen.

Zie: https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/let-op-lood-in-de-grond~af601c2e/.

In opdracht van de Zeeuwse overheden zijn die gebieden digitaal in kaart gebracht; zie:  https://zldgwb.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=ZeeuwsBodemvenster&theme0=A&layers0=Aandachtsgebieden%20voor%20lood&opacity=0.6.

Toelichting

En is er een brochure uitgegeven met tips. Dat lood de gezondheid kan schaden was al bekend en wordt nog eens bevestigd in dit artikel. Zeker voor (spelende) kinderen. De GGD waarschuwt niet alleen voor fysieke ongemakken, maar ook voor belemmeringen in de geestelijke ontwikkeling. De fractie van GroenLinks spreekt haar waardering uit voor dit initiatief van de gezamenlijke Zeeuwse overheden en de transparantie.  Maar heeft wel vragen naar aanleiding van de inhoud van dit persbericht.

 

Het artikel roept de volgende vragen op bij de fractie van GroenLinks:

  1. Bent u bekend met (de uitkomsten van) dit initiatief?

Ja

 

  1. Op de kaart valt niet te onderscheiden waar nu precies de ergste concentraties lood zitten, net onder de oppervlakte. Zijn die bij u en/of de desbetreffende gemeente wel bekend? Zo ja, worden lokale omwonenden daar specifiek van op de hoogte gebracht? Zo nee, kunt u zorg (laten) dragen voor zo’n specificatie?

 

Nee, Dit is bij ons niet bekend. De bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten beschrijven de algemene chemische bodemkwaliteit van een gebied. Deze algemene bodemkwaliteit is berekend met de onderzoeksresultaten van vele uitgevoerde bodemonderzoeken volgens statistisch onderbouwde regels. Dit betekent dat de op de kaarten aangegeven bodemkwaliteit kan afwijken van de werkelijke kwaliteit. Het gaat in dit geval om de resultaten van lood op basis waarvan aandachtsgebieden zijn vastgesteld. Daar kunnen verhoogde loodgehaltes in de bodem aanwezig zijn. Deze kaarten zijn gebaseerd op de analyseresultaten van de grondlaag van 0 tot 0,5 m-mv., de bovenlaag dus.

De lokale omwonenden zijn niet individueel op de hoogte gebracht. De communicatie over één en ander heeft plaatsgevonden via de GGD website en via een opgestelde folder met tips en maatregelen die men kan nemen om de inname van lood te verminderen. Deze folder is door de GGD gestuurd naar scholen, kinderdagverblijven, consultatiebureaus en huisartsen. Voorts is een persbericht opgesteld en verspreid en is één en ander in de huis- aan huisbladen opgenomen. In de communicatie wordt verwezen naar de website waarop de kaarten met de aandachtsgebieden zijn opgenomen.

Van de afzonderlijke percelen binnen een aandachtsgebied is op de landelijke website www.bodemlokel.nl na t gaan of daadwerkelijk bodemonderzoek is uitgevoerd. In dat geval kunnen bij de betreffende gemeente de resultaten worden opgevraagd.

 

  1. Uit het artikel blijkt overduidelijk dat juist op kale plekken of plekken met weinig afdekking de gevaren het grootst zijn. Niet alleen voor spelende kinderen, maar ook voor mensen die groenten eten uit hun eigen moestuin. Is het u bekend of lokale volkstuinverenigingen dan wel speeltuinverenigingen, kinderopvang, scholen etc. specifiek op de hoogte zijn gebracht van deze bevindingen en wat er tegen te doen valt? Zo nee, bent u bereid daar zorg voor te (laten) dragen?

De communicatie heeft plaatsgevonden zoals verwoord in het antwoord op vraag 2.

 

  1. Hebben de gezamenlijke Zeeuwse overheden ook nadere afspraken gemaakt om daar waar ernstig verhoogde concentraties lood aan de oppervlakte optreden over te gaan tot extra maatregelen, zoals bv. afgraven of bedekken met schone grond, grassen of struiken zoals het advies luidt?  Of blijft dit de verantwoording van de desbetreffende overheid? Wanneer het gaat om provinciaal grondgebied, bent u bereid daar dergelijke maatregelen voor te nemen in zo’n geval? Zo nee, waarom niet?

Nee. Het nemen van maatregelen is primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar van een terrein. Alle gemeenten in Zeeland maken een inventarisatie van hun eigen (openbare) terreinen die binnen de aandachtsgebieden vallen. Er wordt specifiek naar die locaties gekeken waar kinderen spelen (zoals speeltuinen en schoolpleinen) of (verhuurde) moestuinen aanwezig zijn. Hier zal worden bekeken of er een risico is voor lood blootstelling en indien nodig worden er passende maatregelen genomen.

De Provincie is geen eigenaar van met lood verontreinigde percelen waar onwenselijk gebruik plaatsvindt.