Column: Parlementaire grenzen

Column van Leen Harpe: Parlementaire grenzen.

Vanuit de juridische invalshoek kijk ik met veel belangstelling uit naar ‘het proces Wilders’, omdat ik mij zorgen maak over de huidige betekenis en uitvoering van de Trias Politica (scheiding der machten). Een veroordeling in deze zou betekenen dat politici hetgeen zij verwoorden in de Tweede Kamer, niet meer buiten die Kamer straffeloos kunnen zeggen. Zou de rechtbank komen tot een veroordeling, dan zou dat naar mijn mening een grote gerechtelijke dwaling zijn, die de parlementaire democratie en onschendbaarheid geen goed zal doen. Ik bevind mij inmiddels in goed gezelschap van de Leidse rechtsgeleerde en filosoof Paul Cliteur. Ik schreef hier eerder over op 12 oktober 2014: De grens van parlementaire onschendbaarheid

Waar deze zaak de aandacht heeft, hoor ik niets over de SGP/ChristenUnie-motie van afkeuring tegen het kabinet. Dat doen zij zelden of nooit. Ze zijn het zeer oneens met het plan van de ministers Schippers en Van der Steur om stervenshulp mogelijk te maken voor mensen die vinden dat hun leven voltooid is. De indienende partijen hebben toch de naam degelijke partijen te zijn, die de rechtsregels nooit onteren. Een motie van afkeuring is een manier om het kabinetsbeleid te veroordelen, maar hoeft niet te leiden tot ontslag van een minister, zoals wel het geval is als een motie van wantrouwen wordt aangenomen. Je zou toch verwachten - bij een dergelijk principieel onderwerp - dat er zo’n motie van wantrouwen zou zijn ingediend. Maar nee, het is kennelijk niet principieel genoeg om de ministers naar huis te sturen.

Wat mij meer verontrust, is dat deze mannenbroeders met de motie de ministers wilden verhinderen een wet te maken. Welnu, dat is strijdig met de Grondwet. Daarin staat haarfijn omschreven hoe een ontwerp van wet moet worden ingediend en door wie. De Staten-Generaal beslissen uiteindelijk over de wet. Daar hoort de stellingname van beide fracties thuis. De Grondwet regelt in art. 87 dat: “Een voorstel wordt wet, zodra het door de Staten-Generaal is aangenomen en door de Koning is bekrachtigd.” SGP en CU deden met het indienen van de motie een forse poging die bepaling uit de Grondwet te omzeilen. De motie haalde het niet omdat niemand deze steunde. Deze trucage overschrijdt ruimschoots de grenzen van de parlementaire democratie. En dat vind ik een principiële zaak die - hoop ik - nog eens onder de aandacht van de Kamer komt.

Fiat justitia! Het recht moet zegevieren; een schijnbeweging van SGP / CU past daar niet in.

Leen Harpe