GroenLinks, ChristenUnie, D66 en SP dienen de motie Klimaatparagraaf in. Gedeputeerde De Reu vindt de motie abstract geformuleerd, maar doet de toezegging om dit te koppelen met energietransitie en andere relevante onderwerpen. Met deze toezegging trekken indieners de motie in. Als straks bij de voorjaarsnota blijkt dat een en ander niet scherp genoeg is geformuleerd, komen ze er op terug.
Motie klimaatparagraaf
van de leden G. Temmink (GL), R. Rijksen-Blok (CU), R. Schonis (D66) en S. Tuinder (SP)
Provinciale Staten van Zeeland, in vergadering bijeen op 10 februari 2017;
Constaterende dat:
- er een uitzonderlijk grote inspanning geleverd zal moeten worden om de in gang gezette klimaatverandering te beperken tot een niveau waarbij er geen ernstige gevolgen voor de mensheid optreden;
- 195 landen hiertoe in december 2015 een akkoord hebben gesloten dat zich richt op het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 graad Celsius.
Overwegende dat:
- iedere overheid datgene dient te doen wat binnen haar invloedssfeer ligt om bij te dragen aan het leveren van bovengenoemde inspanning en het realiseren van genoemde doelstelling;
- er naast het energiegebruik vele andere factoren/beleidsterreinen zijn die een grote invloed hebben op klimaatverandering (landgebruik, de voedselketen, mobiliteit, etc.);
- de aanpak van de klimaatverandering dus niet slechts dient te worden vormgegeven op het terrein van het energiegebruik;
- verschillende overheden een klimaatparagraaf hebben toegevoegd aan hun beleidsvoorstellen;
- het toevoegen van een klimaatparagraaf aan beleidsvoorstellen de leden van Provinciale Staten inzicht kan geven in de impact van het voorstel op de klimaatproblematiek en in de mogelijkheden om negatieve invloeden te beperken en positieve invloeden te maximaliseren.
Verzoeken het college van Gedeputeerde Staten:
om voor de voorjaarsnota een voorstel te doen voor een uitvoerbare en effectieve uitwerking van een klimaatparagraaf en het eerste jaar regelmatig te evalueren met PS of de klimaatparagraaf in de huidige vorm bijdraagt aan de gewenste doelstelling (te weten meer inzicht in de impact van het voorstel op de klimaatproblematiek en bijsturingsmogelijkheden) en uitvoerbaar en effectief is.
En gaan over tot de orde van de dag.
G. Temmink (GL) R. Rijksen-Blok (CU) R. Schonis (D66) S. Tuinder (SP)