Nieuwvestiging intensieve veehouderij geitenstal Reimerswaal?

In Reimerswaal lag tot 2 december 2015 een omgevingsvergunning  ter inzage voor de bouw van een geitenstal met 1.100 dieren (Damesweg 4, Rilland). Aanvrager heeft thans een akkerbouwbedrijf en wil een nieuwe veehouderij beginnen. De Verordening Ruimte staat nieuwvestiging van intensieve veehouderij niet toe. GroenLinks stelde op 19 november vragen. De reactie van GS:

Toelichting

In de aanvraag wordt betoogd dat het voer voor de geiten wordt geteeld op eigen grond en gehuurde grond in de omgeving. Het advies van de Agrarische Adviescommissie Zeeland (AAZ) luidt dat gehuurde grond een toekomstig risico met zich mee brengt. Weidegang wordt in de gangbare geitenhouderij niet toegepast en komt enkel voor bij bedrijven met een biologisch keurmerk (zoals SKAL of Demeter), dat hier niet aan de orde is. Ook is de bedrijfskavel door een openbare weg gescheiden van het naastgelegen perceel, waarmee de AAZ concludeert dat weidegang niet mogelijk en niet wenselijk is. Naar de mening van GroenLinks is hier dan ook sprake van nieuwvestiging van intensieve veehouderij.

Vragen:

  1. Bent u bekend met deze aanvraag, inclusief het bijbehorende advies van de AAZ?
    Ja, wij hebben de ter inzage liggende stukken ingezien. Verder hebben wij telefonisch inlichtingen ingewonnen bij de gemeente.
  2. Wat is uw mening over de onderbouwing omtrent het grondgebonden zijn van dit bedrijf?
    Wij hebben de gemeente in een zienswijze aangegeven dat wij op basis van de ter inzage liggende stukken en nadere telefonische informatie niet kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van nieuwvestiging van een grondgebonden bedrijf dan wel een intensieve veehouderij.
  3. Vindt u het, net als de AAZ, een risico dat de door aanvrager gehuurde gronden uit de verhuur genomen kunnen worden door de eigenaar? Zo ja: welke conclusies verbindt u daaraan?
    De AAZ (Agrarische Adviescommissie Zeeland) geeft vanuit de rol als agrarischtechnische adviescommissie in het advies aan geen redenen te hebben om te twijfelen aan de continuïteit van de voerteelt op langere termijn. Om te voldoen aan de voorschriften van het bestemmingsplan voor wat betreft de grondgebondenheid adviseert de AAZ de gemeente Reimerswaal waarborgen te verlangen. Het gaat om waarborgen op de langere termijn voor de beschikbaarheid van gronden behorend tot het bedrijf. Dat laatste achten wij, ook met het oog op het provinciaal beleid noodzakelijk.
  4. Bent u met ons van mening dat, nu de bedrijfskavel wordt gescheiden door een openbare weg, dit betekent dat het niet aannemelijk is dat deze locatie voor weidegang van geiten gebruikt kan worden. Derhalve betekent dit dat deze locatie niet geschikt is voor een zogenaamd grondgebonden bedrijf als dit en dat de vergunning daarom moet worden geweigerd?
    Ja, wij zijn met u van mening dat weidegang niet aannemelijk is. Uw stelling dat om die reden de locatie niet geschikt is voor een grondgebonden bedrijf en om die reden de vergunning moet worden geweigerd vindt geen grond in het provinciaal beleid, de Verordening Ruimte Provincie Zeeland (VRPZ) noch het gemeentelijk beleid. Weidegang is in dat beleid geen voorwaarde voor grondgebondenheid. In het provinciaal beleid is voor de vraag of er sprake is van een grondgebonden ontwikkeling essentieel of er binnen het bedrijf voldoende gronden beschikbaar zijn voor de voerteelt van de door het bedrijf te houden dieren.
  5. Is het u bekend dat weidegang in de melkgeitenhouderij enkel voorkomt bij bedrijven met een SKAL- of Demeter-certificering, en dat dit bedrijf daarom per definitie niet-grondgebonden is?
    Het is ons bekend dat weidegang verplicht is bij bedrijven met een SKAL- of Demetercertificering. Het feit dat weidegang niet wordt toegepast betekent niet dat een bedrijf per definitie niet-grondgebonden is. In het provinciaal beleid is bepalend voor grondgebondenheid of het voer voor de dieren in hoofdzaak binnen het bedrijf wordt geproduceerd.
  6. Alles wijst er op dat het hier gaat om nieuwvestiging van intensieve veehouderij, zelfs de AAZ wijst op de risico’s. Bent u met ons van mening dat het hier gaat om nieuwvestiging, wat bij Verordening is verboden?
    Het gaat om het toevoegen van een geitenhouderij aan een bestaand akkerbouwbedrijf. De gemeente wijzigt het bestemmingsplan niet voor deze ontwikkeling. Dit betekent dat de bestemming grondgebonden agrarisch blijft. Zoals aangegeven onder 4 is het essentieel voor de vraag of er sprake is van een grondgebonden ontwikkeling of er voldoende gronden beschikbaar zijn voor de voerteelt van de te houden dieren. Zoals gesteld onder 2 kunnen wij op basis van de ter inzage liggende stukken niet beoordelen in hoeverre er sprake is van nieuwvestiging van een grondgebonden bedrijf dan wel een intensieve veehouderij. Om die reden is een zienswijze ingebracht.
  7. Hoe beoordeelt u de rol van AAZ, die betoogt dat weidegang niet mogelijk of gewenst zou zijn? De Verordening Ruimte staat immers geen enkele uitzondering toe op deze regel. Geen weidegang betekent immers intensieve veehouderij, wat betekent: geen nieuwvestiging in Zeeland.
    De AAZ is ingesteld om een agrarisch-technisch advies uit te brengen. De door u bedoelde zinsnede geeft aan dat weidegang vanuit de bedrijfssituatie niet mogelijk en gewenst is. Deze advisering sluit aan op de functie van de AAZ. Het niet toepassen van weidegang betekent op grond van het provinciaal beleid en de VRPZ niet dat er sprake hoeft te zijn van een intensieve veehouderij. Zie ook ons antwoord op vraag 4. Wanneer het gaat om een grondgebonden ontwikkeling is nieuwvestiging in beginsel mogelijk.
  8. Bent u met ons van mening dat, als dit wordt toegestaan, dit een precedent schept en de deur openzet voor een stroom aan nieuwe intensieve veehouderijen in Zeeland?
    Als een grondgebonden bedrijf wordt toegestaan dan heeft dit geen stroom aan nieuwe intensieve veehouderijen tot gevolg. Andere bedrijven zullen immers eveneens moeten voldoen aan het criterium van grondgebondenheid.
  9. Is het college voornemens handhavend op te treden als de gemeente Reimerswaal besluit om toch een vergunning te verlenen voor dit bedrijf?
    Wij willen niet vooruit lopen op de verdere procedure nu wij een zienswijze hebben ingebracht. Het is naar onze mening nu aan de gemeente om een definitief besluit te nemen rekening houdend met de inhoud van de ingebrachte zienswijze(n).