Hier kunt u onze vervolgvragen lezen. 

Dank voor de beantwoording  van de Art.44 vragen van de fracties SP-PvdD en GroenLinks.

De fractie van GroenLinks wil u vragen om een toelichting n.a.v. de antwoorden op de vragen 4. en 7.

De art.44 vraag bij 7. : “Onderschrijft de provincie dat de opgestelde milieueffectrapportage niet passend is voor het bepalen van de milieueffecten als gevolg van een permanente 24/7 operationele basis voor het verrichten van SAR-operaties met een helikopter van het type AW189?

Uw antwoord is ( bij vraag 7.) :  De milieurapportage gaat uit van een maximaal aantal vluchten en een maximaal totaal aan geluid. Het vliegveld dient binnen deze grenzen te opereren. Wie deze bewegingen of het geluid produceert is niet van belang zolang voldaan wordt aan de gestelde aantallen en geluidsnormen uit het luchthavenbesluit. In de m.e.r.-beoordelingsprocedure die voorafgaand aan de wijziging van de verordening luchthavenbesluit is doorlopen is rekening gehouden met de milieu effecten (geluid, externe veiligheid, uitstoot naar de lucht, etc.) van het maximaal vergunde gebruik van de luchthaven. De toegestane vliegbewegingen met luchtvaartuigen > 6.000 kg vallen daar dus binnen. De maximaal mogelijke milieu  effecten zijn in kaart gebracht in de m.e.r. -beoordelingsprocedure. Er is dan ook, noch naar aanleiding van het toevoegen van lid 4 en lid 5 van artikel 4, noch naar aanleiding van andere zaken in de wijziging van de verordening, reden om de m.e.r.-beoordeling te heroverwegen.  Zoals bij vraag 4 is beantwoord, zullen wij een extern bureau inschakelen waarbij wij deze vraag ‘of een m.e.r.-beoordeling nogmaals noodzakelijk is indien een helikopter van het type AW189 24/7 op het vliegveld gestationeerd wordt’, ook voorleggen.

Namens de fractie van GroenLinks  wil ik  u graag nog enkele vragen stellen naar aanleiding van de beantwoording van de art 44 vragen van met name de antwoorden onder 7 .in de antwoorden over het gebruik van Vliegveld Midden-Zeeland.

Vraag 1: U bent  voornemens om een extern bureau in te schakelen en te vragen of een MER - beoordeling noodzakelijk is vanwege de stationering van een helikopter van het type AW189 op het vliegveld. Betekent dit nu dat u twijfels hebt ten aanzien van de verleende luchtvaartbesluit - verordening?

Vraag 2: Wanneer wordt dit extern bureau precies ingeschakeld ? Welke feitelijke informatie is noodzakelijk voordat het college besluit tot een nieuwe MER - beoordelingsprocedure?

Vraag 3: De  toetsing van de huidige verordening  luchthavenbesluit zou  o.i. niet alleen moeten gaan  over de stationering van een helikopter type AW189 24/7 en/of aantallen vliegbewegingen maar ook over realistische geluidsnormen en andere milieueffecten zoals externe veiligheid, uitstoot fijnstof, etc. Deze milieueffecten zullen naar  verwachting toenemen mede door het ruime gebruik helikopter type AW189 op vliegveld Midden-Zeeland.  Worden al deze aspecten meegenomen in het toetsingsonderzoek? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4. : Op welke wijze wordt PS betrokken bij de resultaten van deze toetsing en de te nemen besluiten c.q. verder onderzoek?

1. Het antwoord van gedeputeerde . D. van de Velde: Het is best nog een klein waslijstje aan vragen. En het is een onderwerp wat de afgelopen periode behoorlijk wat nieuws heeft gekregen en een onderwerp wat bij heel veel mensen, ja gevoelig ligt en dus is  het onze mening geweest om het zo zorgvuldig mogelijk te bekijken en daar een extern bureau op te zetten zodat die onafhankelijkheid zo goed mogelijk geborgd is maar dat het ook de maximale expertise heeft.

Dus dat heeft niets te maken met de twijfels die we hebben. Maar het gaat vooral over de vraag  of de voorgenomen SAR-activiteiten binnen de kaders en de normen  van het door u  vastgestelde  luchthavenbesluit passen en of de MER-beoordeling die daarbij hoort ook een rol speelt.

2. Op de vraag wanneer het bureau wordt ingeschakeld kan ik u melden dat het bureau inmiddels  ingeschakeld is. 

Een MER-procedure op dit moment is niet aan de orde. Die komt pas aan de orde op het moment dat vast komt te staan dat de activiteiten van de SAR niet binnen het luchthavenbesluit passen en dat vliegveld  Midden-Zeeland bij ons een verzoek doet om toch het Luchthavenbesluit aan te passen en dan is het aan u of u daarin mee wilt gaan. 

 3.  Als het gaat over dat het luchthavenbesluit dat u heeft vastgesteld, daar staat in opgeschreven welke rechten en plichten  daarbij horen en noch u , noch ik kunnen daar plots andere eisen aan stellen. Dus in die zin, denk ik dat we daar gewoon aan vast zitten. 

Op het moment dat die toetsing zoals ik zonet al zei, uitwijst dat de activiteiten die genoemd worden  door Bristow en Midden-Zeeland dat die niet voldoen aan de eisen van het Luchthavenbesluit, dan beginnen we opnieuw aan de hele procedure. Of u besluit vast te houden aan het Luchthavenbesluit, en dan zullen ze de activiteiten moet aanpassen. 

4. Op de vraag hoe op welke wijze we u hierbij betrekken: Uiteraard zullen we u van alle zaken die uit het rapport/onderzoek naar voren komen informeren.

M. Walraven: Nog een kleine  vraag,  wat wordt er nu dan precies getoetst? Wordt nu alleen de huidige vergunning getoetst door het bureau met al z’n expertise ?

D. v.d Velde: Er wordt getoetst of de activiteiten van de SAR  en(…)  die allemaal daarbij horen of die passen in het genomen Luchthavenbesluit en er wordt tegelijkertijd getoetst of de MER-beoordeling die ten grondslag heeft gelegen aan het luchthavenbesluit ook gewoon voldoet ten aanzien van deze activiteiten en dat is de toets die gedaan wordt en daarover zullen u verder informeren.