Op 21 nov. stelde GroenLinks vragen over een uitbreidingsaanvraag v. een varkenshouderij in Aagtekerke: een bestaand bedrijf (max. 3.417 dieren) uitbreiden tot 6.695 dieren. B en W hebben ingestemd met de aanmeldingsnotitie en m.e.r.-beoordeling, ofwel: er hoeft geen MER te komen. Volgens GS gaat het hier niet om nieuwvestiging; of de uitbreiding acceptabel is, is aan het gemeentebestuur van Veere, evenals de afweging van toeristische belangen.

Toelichting

De Statenfractie heeft kennis genomen van een uitbreidingsaanvraag voor een varkenshouderij in Aagtekerke. Het betreft een bestaand bedrijf dat vergund is voor maximaal 3.417 dierplaatsen (= aantal dieren). Er wordt uitbreiding gevraagd voor 3.278 varkens. Dat maakt dat er uitgebreid zal worden tot 6.695 dierplaatsen. Het college van burgemeester en wethouders heeft inmiddels ingestemd met de aanmeldingsnotitie en m.e.r.-beoordeling, hetgeen inhoudt dat er geen MER behoeft te worden gemaakt. De gewenste uitbreiding past niet in het huidige bestemmingsplan buitengebied. Daarom is een goede ruimtelijke onderbouwing nodig, positief AAZ-advies en een goede landschappelijke inpassing. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om het bestemmingsplan ja dan nee aan te passen. Het plan is niet in strijd met het provinciale beleid qua bedrijfsvloeroppervlakte.



Vragen

  1. Bent u betrokken c.q. bekend met dit uitbreidingsplan en is er gezien de voorgenomen activiteiten geen sprake van nieuwbouw?

    Het is ons bekend dat de bestaande varkenshouderij aan de Herenweg te Aagtekerke wil uitbreiden. Er is daarom sprake van nieuwbouw. Het provinciaal beleid maakt een onderscheid in nieuwvestiging van bedrijven en uitbreiding van bestaande bedrijven. Het gaat in dit geval om uitbreiding van een bestaand bedrijf en niet om nieuwvestiging.
  2. Vindt u het acceptabel dat in het kwetsbare gebied nabij Domburg een dergelijke uitbreiding komt?

    In het beleid is onder voorwaarden uitbreiding van bestaande bedrijven mogelijk. Eén van de voorwaarden is de duurzame

    ontwikkeling van bedrijven. Verduurzaming vraagt om gemeentelijk maatwerk per bedrijf. Bij dit maatwerk is een andere voorwaarde dat geen andere zwaarwegende belangen vanuit het omgevingsbeleid zich tegen de uitbreiding verzetten. De afweging of de uitbreiding ter plaatse acceptabel is aan het gemeentebestuur van Veere.

    Het is ons niet bekend of een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig is. Indien dat wel het geval is dan is ons college in die procedure bevoegd gezag. In dat geval zullen wij een aanvraag op haar eigen merites beoordelen.
  3. Zou het voor effecten op de toeristische omgeving ‘Domburgstrand en oostenwind’ niet beter zijn wel een MER te laten maken?

    De vraag of een MER noodzakelijk of wenselijk is, is ter beoordeling van het gemeentebestuur van Veere.
  4. Is in de aanvraag sprake van intern salderen hetgeen inhoudt dat ook bestaande stallen ook na afloop van de overgangstermijn uit het besluit huisvesting niet hoeven aan te passen?

    Dit is ons niet bekend.
  5. Hoe zit het dan met de geuremissie?

    De geuremissie behoort tot de gemeentelijke afweging. Het voorkomen van milieuoverlast (waaronder geur) is één van de elementen die in het kader van de verduurzaming aan de orde zal komen.
  6. Bent u alsnog bereid het omgevingsplan dusdanig aan te passen, dat er geen sprake meer kan zijn van substantiële en ongewenste uitbreiding van de intensieve veehouderij?

    De in september 2012 door Provinciale Staten vastgestelde regeling is gericht op het samen gaan van een reëel perspectief op continuïteit van de bedrijfsvoering en verduurzaming van het bedrijf. Wij zien geen redenen Provinciale Staten voor te stellen dit beleid aan te passen. Een ongewenste uitbreiding van intensieve veehouderijbedrijven is niet aan de orde.
  7. Zo nee, bent u dan bereid deze ontwikkeling(en) niet toe te laten in gebieden grenzend aan toeristische centra, zoals dat hier het geval is?

    Toeristische belangen komen in de gemeentelijke afweging aan de orde. De gemeenten leveren maatwerk. Het beleid behoeft om die reden geen aanpassing.
  8. Wat is uw reactie op onderstaand citaat uit de Statenvergadering van 21 juni jl.

    "Wij hoeven ons Omgevingsplan niet aan te passen, want in ons omgevingsplan is intensieve nieuwbouw van intensieve veehouderijbedrijven niet mogelijk. Megastallen worden daar niet toegestaan. En uitbreiding is ook alleen maar zeer beperkt toegestaan. (…)" *

    Wij onderschrijven dit citaat. Aangegeven is dat nieuwvestiging beleidsmatig is uitgesloten en dat uitbreiding van bestaande bedrijven zeer beperkt (gelimiteerd) mogelijk is.
  9. Is er al een antwoord mogelijk op vraag 7 van onze vragen d.d. 24 juni jl.?

    Nee. Wanneer de resultaten bekend zijn stellen wij u daarvan op de hoogte.

* Zie art. 44-vragen d.d. 24 juni 2013 [bijlage]