In PS van 21 juni jl. is door GroenLinks aandacht besteed aan de intensieve veehouderij: “Regionale en lokale overheden kunnen nieuwe veebedrijven weren of uitbreiding van een bestaand bedrijf weigeren. Ons verzoek is het omgevingsplan hier op af te stemmen. Gaat u dat doen?” Volgens GS hoeven we het omgevingsplan niet aan te passen. Leen Harpe verzoekt het college de intensieve veehouderij te beëindigen en het omgevingsplan daarop aan te passen. Dit op grond van het kabinetsstandpunt inzake omvang intensieve veehouderij en schaalgrootte. GS vinden het niet nodig het beleid aan te passen...

Toelichting

In de Statenvergadering van 21 juni jl. is door GroenLinks als volgt aandacht besteed aan de intensieve veehouderij: “(…)Regionale en lokale overheden kunnen dan nieuwe veebedrijven weren of uitbreiding van een bestaand bedrijf te weigeren. Ons verzoek is het omgevingsplan hier dan op af te stemmen. Gaat u dat doen?”



De reactie van gedeputeerde Schönknecht luidde:

“Wij hoeven ons Omgevingsplan niet aan te passen, want in ons omgevingsplan is intensieve nieuwbouw van intensieve veehouderijbedrijven niet mogelijk. Megastallen worden daar niet toegestaan. En uitbreiding is ook alleen maar zeer beperkt toegestaan. (…)”

Over de uitbreidingsmogelijkheden die in het omgevingsplan zijn opgenomen, was het antwoord:

“Volgens (…) mijn informatie is het voor nieuwbouw bestemd - anders komen we daar later op terug -.”



Gemeenten kunnen, aldus het omgevingsplan, aan bestaande intensieve veehouderijbedrijven ontwikkelingsruimte bieden voor het verduurzamen van die bedrijven wanneer dit voor het behoud van een reëel perspectief op continuïteit van de bedrijfsvoering noodzakelijk is, wanneer geen andere zwaarwegende belangen vanuit het omgevingsbeleid zich daartegen verzetten en het bedrijfsvloeroppervlak de omvang van 5000 m2 niet overschrijdt.



Vragen

  1. Onderschrijft u de brief van het kabinet d.d. 14 juni 2013, Kabinetsstandpunt inzake omvang intensieve veehouderij en schaalgrootte?

    Wij hebben kennis genomen van de brief van het kabinet. De daarin geformuleerde analyse en beleidsintenties spreken ons aan.
  2. Bent u met het kabinet bereid komende periode verdergaande stappen te nemen richting maatschappelijk gewaardeerde en economisch toekomstbestendige ketens?

    Wij vinden het van belang dat de Zeeuwse veehouderijsector ook op langere termijn maatschappelijke waardering behoudt en ook in economische zin kan bijdragen aan toekomstbestendige ketens. In het Omgevingsplan 2012-2018 hebben wij stringent beleid geformuleerd voor intensieve veehouderij. Dat is enerzijds gericht op het voorkomen van nieuwvestiging en anderzijds het verduurzamen van de bestaande intensieve veehouderijbedrijven tot een omvang van maximaal 5000 m2.
  3. Bent u voornemens het omgevingsplan aan te passen en in lijn te brengen met de opvattingen in deze van het kabinet?

    Op dit moment is er geen reden ons beleid aan te passen aan het standpunt van het kabinet.
  4. In het omgevingsplan wordt niet alleen de mogelijkheid geboden van ‘verduurzamende uitbreiding’, maar wordt aan gemeenten ook de mogelijkheid geboden om boven de 10% uitbreiding toe te staan aan bedrijven van meer dan 5000m2. “Als wettelijke eisen voor dierenwelzijn een verruiming van deze maatvoeringen nodig maken, kan daar door gemeenten ruimte voor worden geboden.” Bent u op grond van de ‘aanpak Dijksma’ voornemens het omgevingsplan ook op dit punt aan te passen?

    Nee. De uitbreidingsruimte voor bedrijven groter dan 5000 m2 is maximaal 10%. Daarnaast kan uitbreidingsruimte worden gerealiseerd indien dit noodzakelijk is vanuit een oogpunt van wettelijke regels voor dierenwelzijn. In dat laatste geval mag het aantal dieren niet toenemen. De uitbreidingsruimte van maximaal 10% is mede ingegeven vanuit het oogpunt van een toekomst bestendige bedrijfsvoering. Ook geldt dat het bieden van enige uitbreidingsruimte aan bestaande bedrijven op grond van jurisprudentie wenselijk is.
  5. Bent u bereid om te overleggen met de intensieve veehouderijbedrijven en een plan te maken voor beëindiging van deze bedrijfstak, uitgaande van bijvoorbeeld gebruikmaking van de ruimte voor ruimteregeling?

    Wij voeren geen saneringsbeleid voor intensieve veehouderij. Indien individuele bedrijven willen stoppen zijn wij bereid met gemeenten de mogelijkheden te onder zoeken en waar mogelijk te ondersteunen. De ruimte voor ruimteregeling is daarvoor ons beleidskader.
  6. Wat zal uw inbreng bij het IPO zijn over de uitwerking van het nieuwe wettelijk kader en de overige maatregelen?

    Wij zullen bij het IPO aangeven dat we instemmen met een wettelijk kader dat erop gericht is om grenzen te kunnen stellen aan ontwikkeling van de veehouderij vanuit een oogpunt van volksgezondheid. We onderschrijven maatregelen die bijdragen aan toekomstbestendige ketens en die er voor zorgen dat de intensieve veehouderij ook op langere termijn maatschappelijke waardering behoudt.
  7. Kunt u ons in het najaar 2013 informeren over de resultaten van het overleg met de betrokken partijen?

    Als er resultaten bekend zijn stellen wij u daarvan op de hoogte.

Zie ook: Vragen intensieve veehouderij [2] d.d. 11 december 2013