Visienota Kostbare Ruimte

De leden van GroenLinks Zeeland zijn verontrust over het wel en wee van onze provincie. Natuurlijk gebeurt er veel goeds (het wel), maar er dreigen ontwikkelingen die een weerwoord vragen. GroenLinks heeft mede daarom haar visie op een aantal ontwikkelingen nog eens aan 'het papier' toevertrouwd. De ledenvergadering heeft op 16 maart 2016 ingestemd met deze visie, met het verzoek aan de fracties om dit bespreekbaar te maken in Provinciale Staten en gemeenteraden.

 

- vervolg Inleiding -

 

Onze mooie provincie, ook wel de ‘groenblauwe oase’ genoemd, is een rijke provincie. Rijk aan natuur en de revenuen daarvan. Dat is echter niet alles; Zeeland heeft uiteraard ook een economische kant. Gelegen aan de zee en de Westerschelde heeft onze provincie een grote economische potentie. Dat trekt meerdere vormen van bedrijvigheid aan. Het is zaak om in onze - in velerlei opzicht - kwetsbare provincie een goed en duurzaam evenwicht te vinden tussen economie en milieu. Dat wringt hier en daar en dat baart GROENLINKS zorgen.

Meest recente ontwikkeling is het plan van minister Schultz om het bouwverbod in het kustgebied op te heffen. De minister heeft het omstreden plan - vanwege de “enorme discussie en onrust” die ontstond - inmiddels ingetrokken. Het college van Gedeputeerde Staten lijkt zich hier weinig tot niets van aan te trekken. Er is immers een Omgevingsplan dat mogelijkheden biedt voor door ons ongewenste ontwikkelingen. En daar is Zeeland helaas bijzonder in, omdat men kennelijk gewoon door wil met bouwen.

Wild enthousiasme heeft menigmaal geleid tot teleurstellingen. Denk bijvoorbeeld aan de plannen voor een Westerschelde Container Terminal (WCT) in het Sloegebied, een tweede kerncentrale, een megatoren op de Veerse Dam, het plan Schelphoek of de onnavolgbare besluitvorming over de derde verruiming (= verdiepen en verbreden) van de Westerschelde en de gevolgen daarvan. Het zijn allemaal geen visitekaartjes.

Het beeld is ook ontstaan dat met name Zuidwest Walcheren maximaal volgestouwd kan worden met industrieplannen en ‘toeristische attracties’. Op de eenmaal uit te geven kostbare ruimte wordt van tijd tot tijd een (on)behoorlijke aanslag gedaan. Het laatste voornemen – bouwen in het Nollebos - getuigt daar van. Zo ook het kamperen bij de boer. Het eenvoudig voorgesteld kamperen bij de boer is geworden tot een ontwikkeling die nauwelijks in de hand te houden is! Het gaat nu al om 25 kampeereenheden die zelfs van sommige partijen ook in steen uitgevoerd en permanent mogen zijn. Kamperen bij de boer is al lang niet meer met een tentje onder de appelboom! Maar ook grote recreatiebedrijven gaan onder het mom van kwaliteitsverbetering over tot uitbreiding. Dit is mogelijk onder de huidige planologische regels, of zelfs met een afwijkingsbevoegdheid. De provincie werkt daar volop aan mee, omdat men recreatie en toerisme een warm hart toedraagt.

In deze visienota wil GROENLINKS op een aantal hoofdonderwerpen de discussie aangaan in Staten en gemeenteraden en uiteraard daarbuiten. Het is de moeite waard met elkaar na te blijven denken over de meest wenselijke ontwikkeling van Zeeland; dat alles met het oog op morgen.

 

1. Recreatie en toerisme

Zeeland is een provincie met ongekende mogelijkheden voor recreatie en ontspanning: de stranden, de binnenwateren, het uitgestrekte platteland. En de vele karakteristieke dorpen en steden. Een belangrijke doelstelling voor GROENLINKS is behoud van natuur en landschap. Kleinschalige, rustige recreatie (wandelroutes, fietsroutes, kamperen bij de boer) hebben de voorkeur boven vormen van sport of recreatie die een verstoring van rust voor mens en landschap veroorzaken.

GROENLINKS is tegen het gebruik van stranden als plek voor permanente recreatiewoningen. En grote vakantieparken, met hun nogal ruige impact op ruimte en samenleving, zijn er in Zeeland intussen meer dan genoeg.

Echter, er ontbreekt een provinciale visie op kustbebouwing. Dat geldt voor het gehele estuarium. De provincie heeft de regie overgelaten aan gemeenten, met alle mogelijke gevolgen van dien. Minister Schultz wilde onlangs de deur wagenwijd open zetten voor verdere aantasting van de kust, maar schrok gelukkig van alle reacties. Cees-jan Pen beschrijft dat zeer verhelderend in zijn column in Binnenlands Bestuur van 3 februari 2016: “Laten we de energie over de ophef over meer bouwen langs de kust benutten om in 2016 een kustvisie over de duurzame ontwikkeling van verblijfsaccommodaties te maken. Onderdeel hiervan is het opzetten van een saneringsfonds of sloopfonds voor het opknappen dan wel slopen van achterstallige locaties. Tevens moet voortaan een (financiële) relatie worden gelegd tussen de bouw van nieuwe accommodaties en het verduurzamen of slopen van bestaande accommodaties. Gemeenten moeten zich realiseren dat bouwen langs de kust de lokale economie op lange termijn schaadt. Zandkastelen zijn geen antwoord op krimp (…)”.

De provincie moet daarom weer leidend worden met een fris en fruitig Omgevingsplan, waarin een zorgvuldige afweging wordt gemaakt van wat wel en vooral niet kan. Daarbij rekening houdend met de gevoelens van een meerderheid in de Tweede Kamer, die tegen de aanvankelijke plannen van de minister is. Er moet eindelijk eens worden afgerekend met de houtje-touwtje oplossingen, omdat het fundamentele probleem daarmee niet echt de wereld uit wordt geholpen, of soms zelfs niet aan het licht komt.

Intussen is er immers een grens overschreden. GROENLINKS Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren vindt de bescherming van enkel de natuurgebieden niet genoeg. “Ongeveer 6 tot 7 procent van Nederland is nog natuur, en de natuurgebieden zijn daar maar een klein deel van. De duinen horen ook bij de kustbescherming om Nederland veilig te houden.” Minister Schultz gebruikt Zeeland i.c. gedeputeerde Schönknecht (of zij laat zich gebruiken) om aan te tonen dat het bouwverbod kan worden opgeheven*. Dit is een wel zeer opmerkelijke reclamestap van minister en gedeputeerde. Deze VVD-tandemconstructie is op z’n zachtst gezegd politiek bedenkelijk. Zeeland beschikt helaas over de dichtst bebouwde kust van Nederland. Onderstaande kaart bevestigt het beeld dat de gedeputeerde tot op heden geeft ["maak je niet druk"] niet. Iedere kustlijn, van noord tot zuid, wordt aangetast. Dat mag niet zo doorgaan!

Het is zaak dat de Staten van Zeeland de koers drastisch bijstellen. Dat is noodzakelijk, omdat anders de kaart van Zeeland nogmaals sterk zal ‘verkleuren’. De ontwikkeling moet er een zijn naar verduurzaming, niet naar uitbreiding.

Stelling 1: In afwachting van een bovenregionale/provinciale kustvisie (2018) dient een moratorium te worden ingesteld tegen kust- en strandbebouwing voor het gehele estuarium. De kustvisie dient aan te sluiten bij de gevoelens van een meerderheid van de Tweede Kamer (motie Cegerek) en van Cees-Jan Pen! De recreatiesector moet meer verduurzamen; krimp ten bate van natuurcompensatie is daarbij uitgangspunt.

 

2.    Spaarzaam omgaan met de ruimte in Zeeland

GROENLINKS koestert de ruimte in Zeeland. Zuinig omgaan met de ruimte geldt ook voor bedrijfsterreinen:

Revitalisering en reconstructie vóór nieuwe aanleg, en wat betreft woningbouw: inbreiding vóór nieuwbouwwijken. Sterker nog: op sommige plaatsen moeten we slopen, woningen onttrekken aan de voorraad. GROENLINKS wil nieuwbouw alleen als er een vraag is. Gemeenten hebben nu elk hun eigen afzonderlijke planning. Dat heeft geleid tot een teveel aan woningen. In het Omgevingsplan is daar onvoldoende op ingespeeld. GROENLINKS vindt vasthoudende regie van de provincie op het gebied van de ruimtelijke ordening dan ook hard nodig. Geen wethouders Hekking meer.

Het huidige Omgevingsplan legt een te grote verantwoordelijkheid bij de gemeenten. We zien dat bijna iedere gemeente weer een eigen bedrijventerrein ontwikkelt. Van enige samenhang lijkt geen sprake. Hetzelfde geldt voor nieuwe woningbouwlocaties. Een onduidelijke visie heeft er bijvoorbeeld nu al toe geleid dat publieke stranden te maken krijgen met verstening door strandwoningen. En bouwen op zichtlocaties zorgt voor aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. De provinciale regie moet weer terug.

GROENLINKS Middelburg deed naar aanleiding van plannen van de gemeente een rondje (op de fiets) langs bedrijventerreinen. Dat was op 5 juni 2013. De tocht leidde langs vele leegstaande bedrijfs¬panden en over niet bebouwde bedrijventerreinen. Alsof dat nog niet genoeg is, wil Middelburg aan de Trekdijk (Nieuw- en St. Joosland) alweer een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen. Dit leidde tot woede in de Vlissingse gemeenteraad: “De gemeenteraad van Vlissingen is verbaasd en verontrust over dat plan, omdat er op Walcheren, bijvoorbeeld in Vlissingen, voldoende bedrijfsgrond beschikbaar is.” Dit voorbeeld staat niet op zich en zo wordt wederom kostbare ruimte onttrokken aan het mooie Zeeuwse landschap. Het Nationaal Landschap is immers de goedkoopste bouwgrond, maar onbetaalbaar als resterende natuur!

De woningbouw geeft geen ander beeld. Gemeenten kampen met forse tekorten op hun grondexploitatie ten gevolge van ongewenste en ongebreidelde uitbreiding. De provincie grijpt onvoldoende in. Bouwen voor leegstand is nog steeds mogelijk. Uit onderzoek van Deloitte Real Estate (2013) blijkt dat de verschillende Zeeuwse gemeenten over 2011 en 2012 ruim negentig miljoen euro verlies hebben geleden op de bouwgrondexploitatie.

Dat beeld is anno nu niet anders. Het college van Gedeputeerde Staten maakt zich daar zorgen over. Dat was op 11 maart 2014.  Op 10 september 2013 (7 maanden eerder) kwam er nog een geruststellende mededeling van het college. “De rekeningresultaten over 2012 geven ons geen aanleiding te veronderstellen dat de Zeeuwse gemeenten zich collectief in de financiële gevarenzone begeven.” De vraag die dan gesteld moet worden is: Wat is nu het goede antwoord? Dat van Deloitte of het antwoord van GS? Conclusie moet zijn, dat ook GS niet echt grip hebben op deze materie.

“Als gevolg van overprogrammering zullen gemeenten plannen voor langere tijd stil moeten zetten of definitief schrappen.” Dat antwoordde de provincie op 10 september 2013. Maar is dat wel gebeurd en, zo ja: waar en wat deed de provincie er aan om dat te bereiken? Borsele is naar eigen zeggen de enige Zeeuwse gemeente zonder verlies op de bouwgrondexploitatie.  De gemeenten hebben er inmiddels weer een zorg bij. Vanaf 1 januari moeten zij vennootschapsbelasting betalen. Om aan meer geld te komen hebben gemeenten als ‘rupsje nooit genoeg’ de kabelbelasting bedacht. De burger / kiezer krijgt de rekening gepresenteerd! Dat het zo niet langer kan, zal voor elk weldenkend mens duidelijk zijn.

Provincie en gemeenten moeten - dat erkennende - de handen ineenslaan. Nu doorgaan als aparte entiteit is onverantwoord. Dat zou de grondpositie van gemeenten nog verder in gevaar brengen.
De Landelijke Vereniging voor kleine Kernen (LVKK) maakt zich onder meer zorgen over de verpaupering van het platteland. Boerderijen vormen een onderdeel van leegstand en verpaupering. De provincie heeft in het Omgevingsplan veel moeite gedaan oplossingen te vinden om dit tegen te gaan. Dat blijkt lastig te zijn. De LVKK stelt:

“Ook Boeren die stoppen met hun bedrijf, willen vaak wel op de boerderij blijven wonen, maar vanwege de fiscale afrekening met de Belastingdienst is dit niet altijd financieel haalbaar. Zeker niet omdat er in veel gevallen ook stallen met asbestdaken staan, waarvan de verplichte sloop ook handenvol geld kost. De boer verlaat de boerderij en laat een leeg woonhuis en vaak meerdere lege schuren achter.”

Volgens de LVKK zou een oplossing kunnen zijn, dat de boer Zondernemer wordt. Dat betekent dat hij zijn schuren afbreekt  en ervoor in de plaats rekwerken met zonnepanelen plaatst. (…) Ook de omgevingsregelgeving zou moeten worden aangepast. Die zou flexibeler moeten worden, zodat je bijvoorbeeld geen omgevingsvergunning nodig hebt voor een rek met zonnepanelen omdat ze niet op het dak van je huis kunnen.  

Een ander niet onbelangrijk probleem is dat intensiever, zuiniger ruimtegebruik onvoldoende van de grond komt. Zie als voorbeeld Zeeland Seaports dat nog steeds als doelstelling heeft om jaarlijks 20 hectare nieuw havengebied uit te leggen (met name in de Kanaalzone). GROENLINKS bepleit dat de Zeeuwse havens zich verder ontwikkelen binnen huidige grenzen, door: multifunctioneel ruimtegebruik, stapelen in plaats van hectares uitleggen.

Stelling 2: De lening - tussen 150 en 200 miljoen euro – die moet voorkomen dat de energiepoot van DELTA in financiële problemen komt, is weggegooid geld. Dat gaat immers naar de kerncentrale, die financieel gezien reddeloos verloren is. Dat geld kan beter benut worden om onder voorwaarden de grond¬positie van de gemeenten te helpen versterken.

Stelling 3: De provincie neemt volledig de regie over het bouwen van woningen naar behoefte (waar en wanneer). De provincie krijgt de regierol in het bedrijventerreinenbeleid, nu gebleken is dat gemeen-ten er niet in slagen om regionale bedrijventerreinvisies te ontwikkelen; gemeenten het in 2018 niet zullen halen om 100 hectare bedrijventerrein te herstructureren; gemeenten er niet in slagen om het beleid voor nieuwe economische dragers, solitaire bedrijventerreinen en kleinschalige bedrijven-terreinen in goede balans te beheren en te ontwikkelen. Bedrijventerreinen worden onder regie van de provincie regionaal van aard. Ingezet wordt op duurzame, toekomstbestendige industrie / economie.   Om de verpaupering van het platteland tegen te gaan, worden de ideeën van de LVKK onderzocht op haalbaarheid.

 

3. Zeeland als groenblauwe oase

De provincie Zeeland is weliswaar de grootste provincie van Nederland, maar bestaat voor 60% uit water. Dat geeft niet alleen extra zorg wanneer het gaat om duinen en dijken, maar ook voor het gebruik van het estuarium.

De functies op en in het water verdringen elkaar steeds meer (natuur, visserij, recreatie, onderwatersport) en komen vaker met elkaar in conflict. Een kaart met functieverdeling van de Zeeuwse, grote wateren is nodig.

Er is veel vraag naar ruimte in en op het water. De beroepsvisserij is wellicht de oudste bedrijvigheid in Zeeland. Deze ‘tak van sport’ is druk bezig te verduurzamen. Het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie trekken 129 miljoen euro uit voor verduurzaming en versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse visserij. Dat staat in een brief van staatssecretaris Dijksma (EZ) d.d. 18 maart 2015. 

Een van de hoofdthema’s is de verdere verduurzaming van de visserij en aquacultuur. Het Nationaal Strategisch Plan Aquacultuur biedt Zeeland volop kansen. Het plan geeft onder meer aan waar de kansen, ook voor Zeeland, liggen: “Primaire productie van hoogwaardige soorten bestemd voor niche- en speciale markten en het toevoegen van waarde aan vis/schelpdier producten. Nieuwe / innovatieve kweeksystemen zoals aquaponics, zilte teelten op land, Multi-used platforms op zee etc.” Dit mag wat GROENLINKS betreft niet ontaarden in een vorm van intensieve aquacultuur, zoals het college onlangs besloot door planologisch medewerking te verlenen aan de vestiging van een viskwekerij (Kingfish) bij de Zeelandbrug. Deze exoten behoren ook niet aan wal te worden gekweekt.

De provincie kan hier op inspelen door aan te geven welke ruimte er beschikbaar is. De vraag naar ruimte in en om het water is groot. Denk bijvoorbeeld aan de vele vragen naar jachthavens. Perkpolder, Terneuzen, Breskens, om het maar even te beperken tot de Westerschelde. Ieder dorp zijn eigen jachthaven? Onderstaande kaart geeft nog geen volledig beeld. Er zijn en komen er meer… Maar de jachthavendichtheid is al behoorlijk te noemen. Meer jachthavens in combinatie met de toenemende scheepvaart op de Westerschelde is niet risicoloos.

 

Stelling 4: De provincie zal beleid moeten maken als het gaat om het verdelen van de ruimte die beschikbaar is in, op en om het water. Ook hier is verduurzamen het leidend principe.

 

Kunnen er nu overal grote flats verrijzen? Nee. Naast onze nationale eisen vinden ook op provinciaal en gemeentelijk niveau afwegingen plaats. In Zeeland bijvoorbeeld heeft gedeputeerde Schönknecht een duidelijk signaal afgegeven dat alleen in de reeds aangewezen ‘recreatieve hotspots’ ruimte is voor uitbreiding. Dit is verankerd in het Omgevingsplan, de Verordening Ruimte en de natuurwetgeving van de provincie.  Op iedere locatie wordt bekeken: willen we meer of minder dynamiek aan de kust? Past het binnen de doelstellingen van Natura2000? Ook zal de beheerder van de kust een watervergunning moeten afgeven. Om die te krijgen moet het project aan allerlei voorwaarden voldoen. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2015/12/31/vragen-en-antwoor...

 

In de media:

PZC: GroenLinks: wees zuinig met ruimte