Bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater en bodem a.g.v. appel- en perenteelt

Op 26 oktober jl. publiceerde Greenpeace het rapport “Het appelgif valt ver van de boom”, met de resultaten van onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater en bodem vanuit Nederlandse appel- en perenboomgaarden. De resultaten van deze inventarisatie stemmen niet positief over de effecten op natuur en volksgezondheid. Op 30 oktober stelde GroenLinks vragen en dit zijn de antwoorden van GS:

vervolg toelichting

GroenLinks bestudeerde dit rapport en relateerde dit aan de opvolging van de adviezen van de nationale Gezondheidsraad over gewasbescherming en omwonenden. In 2014 stelde GroenLinks meermaals vragen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de lelieteelt * en de gevolgen voor natuur, milieu en volksgezondheid. Nu blijkt dat ook in de fruitteelt overvloedig gebruik wordt gemaakt van bestrijdingsmiddelen en dat het gebruik ervan alleen maar toeneemt, maakt GroenLinks zich ernstig zorgen en roept dit bij ons de volgende vragen op:

  1. Bent u bekend met de uitkomsten van het onderzoek van Greenpeace naar bestrijdingsmiddelen vanuit de appel- en perenteelt? Hoe verhouden die zich tot de resultaten die u ontvangt van Waterschap Scheldestromen over bestrijdingsmiddelen (en residuen) in het Zeeuwse grond- en oppervlaktewater?
    Ja, we zijn bekend met de uitkomsten van het Greenpeace onderzoek. Door het waterschap worden in de door fruitteelt beïnvloede oppervlaktewateren in Zeeland ook overschrijdingen van de genoemde stoffen aangetroffen in 2014. Twee stoffen zijn boven de norm aangetroffen. Dat is duidelijk minder dan in het Greenpeace rapport, dus het beeld in Zeeland is in 2014 positiever. Kwaliteitsmonitoring grondwater is een taak van de Provincie. In het Zeeuwse grondwater worden overschrijdingen van bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Er worden andere middelen aangetroffen dan in het Greenpeace rapport.
  2. Herkent u zich in de aanbevelingen van Greenpeace ten aanzien van normering, handhaving en stimulering van alternatieven voor pesticidengebruik? Zo ja, wat betekent dit voor uw beleid, en ook het Omgevingsplan?
    Ja, zover het de rol van de overheid betreft. De aanbevelingen met betrekking tot handhaving en het stimuleren van alternatieven ondersteunen wij. Wij initiëren projecten om een goed en geringer gebruik van bestrijdingsmiddelen te stimuleren. De Provincie Zeeland hanteert bufferzones tussen fruitteeltpercelen en woon- en verblijfsrecreatiegebieden van minimaal 50 meter, zoals vermeld in het omgevingsplan en in de ruimtelijke verordening. Er worden geen aanvullende regionale beleidsregels door de Provincie opgesteld of beleid in het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 gewijzigd.
  3. Greenpeace vond in de bemonstering forse overschrijdingen (150% tot 300%) van de neonicotinoïden acetamiprid en thiacloprid, die in verband worden gebracht met bijensterfte. Hoe zit het met deze stoffen in de Zeeuwse oppervlaktewateren? In geval van structurele overschrijdingen, is dit voor het college aanleiding om (extra) maatregelen te nemen?
    Het waterschap heeft de resultaten van de monitoring 2009 t/m 2013 vastgelegd in het rapport Evaluatie monitoring gewasbeschermingsmiddelen (CLM Onderzoek en Advies BV 850, Visser & van der Wal, mei 2014). Daaruit blijkt dat de stoffen acetamiprid en thiacloprid in de twee fruitteelt beïnvloede wateren niet zijn aangetoond. In dit rapport is getoetst aan de maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR) normen. De gegevens van 2014 zijn getoetst aan dezelfde normen die Greenpeace heeft gebruikt. In 2014 wordt thiacloprid op één van de twee fruitteelt meetpunten bij drie van de vier metingen boven de norm aangetroffen. Acetamiprid wordt niet boven de norm aangetroffen. Op dit moment is dit geen aanleiding om aanvullende regionale maatregelen te nemen.
  4. Telers blijken, daartoe geprikkeld vanuit de supermarkten die alleen sturen op schone eindproducten, vooral vroeg in het seizoen nog veel pesticiden te gebruiken - hoogste van Europa - met alle gevolgen van dien voor de teeltomgeving. In hoeverre bent u met het waterschap en de sector in gesprek over het terugdringen van emissies (drift en drainage) van pesticiden en fungiciden in grond- en oppervlaktewater? Hoe staat het met de naleving van regelgeving voor duurzame gewasbescherming?
    De Provincie Zeeland is verantwoordelijk voor de bescherming en verbetering van de grondwaterkwaliteit, het waterschap Scheldestromen voor de oppervlaktewaterkwaliteit. Het terugdringen van diffuse bronnen is een taak van het Rijk. Provincie en waterschap werken daarnaast samen aan de stimulering en uitvoering van projecten om emissies van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en te vermijden, Voorbeelden daarvan zijn het project Schoon Water Zeeland en de stichting Mineralen en Middelen Meester (MMM).
    De verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het waterschap. Bij het waterschap betreft het de controle op driftarme doppen, spuitvrije zones naast oppervlaktewater en emissies vanaf het erf. De controles van het waterschap vinden plaats uit het oogpunt van waterkwaliteit. Door het waterschap zijn in het afgelopen jaar in dat kader diverse waarschuwingen uitgedeeld en zijn er een beperkt aantal bestuurlijke boetes door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit opgelegd. Landelijk gezien is dit iets beter dan gemiddeld.
  5. Bent u bekend met het advies van de nationale Gezondheidsraad over gewasbescherming en omwonenden (conceptrapport juli 2013, definitief rapport januari 2014)? Bent u bekend met de Kamerbrief van voormalig staatssecretaris Mansveld naar aanleiding van dit advies? Bent u er bekend mee - of bent u voornemens u erover te laten informeren - of en hoe Waterschap Scheldestromen invulling geeft aan de maatregelen om de blootstelling van omwonenden te verlagen, te weten (d) versterkte handhaving en (e) aanscherping spuitvrije zones en afstandseisen? Zo ja, komt deze invulling overeen met de aanbevelingen?
    Ja, wij zijn bekend met het advies van de Gezondheidsraad en de reactie van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Ja, we zijn bekend met de kamerbrief van 18 mei 2015 van de staatssecretaris over de voortgang van het RIVM-onderzoek. Het nemen van maatregelen om blootstelling van omwonenden te voorkomen hoort niet tot het takenpakket van het waterschap. Het waterschap is niet bevoegd om ter bescherming van omwonenden spuitvrije zones aan te scherpen of afstandseisen te stellen.
  6. Bent u bekend met het blootstellingonderzoek en bevolkingsonderzoek dat in opdracht van voormalig staatssecretaris Mansveld door RIVM wordt uitgevoerd, een opdracht die het Rijk heeft gegeven omdat er nog geen deugdelijk Europees onderzoek is verricht naar gezondheidseffecten van (grootschalig) gebruik van pesticiden en fungiciden in de landbouw en we ons tot nu toe moeten baseren op onderzoek uit de (veel dunner bevolkte) Verenigde Staten? Zo ja, in hoeverre zijn de provincie Zeeland, de Zeeuwse sectororganisaties, het waterschap, de GGD en/of Zeeuwen - individuele agrariërs en omwonenden - bij dit onderzoek betrokken? Mocht Zeeland (nog) niet zijn aangesloten op het RIVM-onderzoek, bent u van plan hierop aan te dringen? Draagt de provincie financieel bij aan het onderzoek?
    Ja, wij zijn bekend met het blootstellingsonderzoek en bevolkingsonderzoek dat in opdracht van de staatssecretarissen van Infrastructuur en Milieu wordt uitgevoerd.
    Nee, de Provincie Zeeland en andere Zeeuwse organisaties zijn op dit moment, voor zover bekend, niet betrokken bij dit onderzoek. Wij hebben voldoende vertrouwen in de opdrachtgevers en onderzoekers met betrekking tot het uitvoeren van het onderzoek. Nee, de Provincie draagt niet financieel bij aan dit onderzoek.
  7. Bent u ermee bekend dat er sinds augustus 2014 geen publiekelijke informatie over dit onderzoek is bekendgemaakt? Bent u ermee bekend, zoals Greenpeace schrijft, dat de resultaten van het onderzoek – door trage financiering van de overheid – pas in 2021 worden bekendgemaakt? Is dit voor u reden om bij de staatssecretaris aan te dringen op snellere voortgang van het onderzoek en er eventueel financieel aan bij te dragen, mede in het belang van de gezondheid van boerenfamilies, loonwerkers, omwonenden en recreanten in het Zeeuwse buitengebied? Zo ja, aan welke termijn denkt u? Zo nee, waarom niet?
    Nee, informatie is beschikbaar via de website www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/ en de bij antwoord 5 aangehaalde kamerbrief van 18 mei 2015.
    Ja, we zijn bekend met de gefaseerde opzet, waarbij eerst de bollenteelt en vervolgens de fruitteelt wordt onderzocht. Het onderzoek bij de bollenteelt heeft een looptijd tot en met 2018 en de resultaten zullen daarna bekend worden gemaakt. Aan de hand van de uitkomsten wordt het onderzoek bij de fruitteelt opgezet.
    Nee, wij wachten de resultaten van het onderzoek naar de bollenteelt af en zullen ons daarna beraden op onze eventuele rol. Wij zien geen reden om aan te dringen op versnelling van het onderzoek of om financieel bij te dragen.
* 22 januari 2014: Vragen landbouwgif en lelieteelt | 12 maart 2014: Nadere vragen over lelieteelt en gezondheidsrisico’s | 17 november 2014: Vragen over bollenteelt in natuurgebieden

In de media:

gfactueel.nl: GroenLinks bezorgd over pesticidengebruik fruitteelt
PZC: GroenLinks is bezorgd over gif in de fruitteelt